Nee, Niet Papa. Mama.
Dinsdagavond, halfacht
Ik had de hele dag uitgekeken naar dit moment.
Werkdag van negen uur. Vergaderingen, mails, problemen van andere mensen. En de hele dag dat ene lichtpuntje: vanavond doe ik het slapengaan.
Ik liep de trap op. Deed de deur open van haar kamer. Mijn dochter van drie zat rechtop in bed. Haar knuffelkonijn in haar arm. Haar ogen groot.
Ze keek me aan.
En toen begon ze te schreeuwen.
"NEE! NIET PAPA! IK WIL MAMA! MAMAAAA!"
Niet een beetje huilen. Niet een klein beetje protesteren. Alsof ik een vreemde was die haar kamer binnenkwam. Alsof ik gevaarlijk was.
Mijn vrouw stond beneden. Ze keek naar boven. Ik keek naar beneden. "Ga maar," zei ik. "Ze wil jou."
Ze liep de trap op. Mijn dochter stopte met huilen voordat mijn vrouw de kamer in was. Alleen het geluid van haar voetstappen op de trap was al genoeg.
Ik ging naar beneden. Deed de vaatwasser in. En voelde iets wat ik pas later kon benoemen.
Het lijstje
Het was niet de eerste keer. Het was nooit de eerste keer.
Ze valt en stoot haar knie. Ze rent naar mama. Ik sta er naast. Mijn armen zijn net zo wijd open. Maar ze rent langs me heen alsof ik er niet sta.
Ze is ziek. Koorts, hangerig, huilerig. "Mama erbij." Niet papa. Mama.
Ze heeft een nachtmerrie. Ze roept. "Mama!" Niet papa. Nooit papa.
Ze mag kiezen wie haar naar school brengt. "Mama." Wie haar haar vlecht. "Mama." Wie het verhaaltje leest. "Mama." Wie de pleister plakt. "Mama."
En elke keer sta ik erbij. Beschikbaar. Bereidwillig. Overbodig.
Het gevoel dat geen naam heeft
Of misschien heeft het wel een naam. Maar het is niet een woord dat vaders hardop zeggen.
Afwijzing.
Je wordt afgewezen door je eigen kind. Door iemand van drie. Iemand die haar schoenen nog niet kan strikken. En het raakt je harder dan wat dan ook.
Want je weet dat het kinderlijk is. Je weet dat het niet persoonlijk is. Je weet dat ze het niet expres doet. Maar je voelt het toch. Die steek. Die gedachte die je niet wilt denken maar die er toch is: ik ben niet goed genoeg.
Of erger: ze houdt meer van mama dan van mij.
Herken je dit?
Je speelt een half uur met je kind. Lego, poppen, tekenen. Het gaat goed. Er wordt gelachen. En dan stoot ze haar elleboog. En ze rent naar mama.
Of je draagt haar naar bed. Ze laat zich dragen. Ze laat zich instoppen. Maar bij het verhaaltje zegt ze: "Nee, mama moet lezen." En jij staat op en loopt de kamer uit. Weer.
Of je hebt een vrije dag. Eindelijk tijd samen. En ze wil niet met jou. Ze wil bij mama op schoot. Ze wil mama's hand vasthouden. Ze wil mama.
En je merkt dat je stopt met aanbieden. Je wacht tot ze naar jou komt. En ze komt niet. En de afstand groeit. Niet door iets groots. Door honderd kleine momenten van "niet papa".
Of het allerergste: je merkt dat je het haar kwalijk neemt. Een kind van drie. En je voelt je boos op haar. En dan voel je je schuldig over die boosheid. En dan trek je je nog verder terug.
De vrijdagavond
Op een vrijdagavond was mijn vrouw uit. Vriendinnen. Etentje. Ik was alleen met onze dochter.
Ze huilde een kwartier toen mama de deur uitging. Ik hield haar vast. Ze duwde me weg. Ik hield haar weer vast. Ze duwde weer. Ik bleef.
Na het huilen aten we boterhammen. Ze wilde kaas. Ik sneed kaas. Ze at de kaas. We keken elkaar aan.
"Papa, wil je mijn melk even pakken?"
Ik pakte haar melk. Ze nam een slok. Veegde haar mond af met haar mouw.
"Papa, na het eten verstoppertje?"
We speelden verstoppertje. Ze verstopte zich achter het gordijn met haar voeten eronder uit. Ik deed alsof ik haar niet kon vinden. Ze giechelde zo hard dat het gordijn bewoog.
Bij het slapengaan las ik voor. Drie verhaaltjes. Ze vroeg niet om mama. Ze krulde zich op en legde haar hand op mijn arm. "Nog eentje, papa."
En ik dacht: dit kan dus wel. Maar waarom alleen als mama er niet is?
Wat ik opzocht
Er is iets wat ontwikkelingspsychologen "voorkeursfasen" noemen. Het klinkt onschuldig. Maar voor de ouder die niet de voorkeur heeft, voelt het niet onschuldig.
Kinderen kiezen een primaire verzorger voor troost. Niet omdat ze meer van die ouder houden. Maar omdat hun brein een hierarchie maakt voor veiligheid. Als nummer een beschikbaar is, willen ze nummer een. Niet omdat nummer twee slecht is. Maar omdat het brein zo werkt.
Het is geen afwijzing. Het is biologie. Het zegt niks over hoeveel ze van je houden en alles over hoe een kinderbrein veiligheid organiseert.
Maar probeer dat maar eens te voelen als je dochter schreeuwt bij het zien van je gezicht.
De terugloop
Ik liep die dinsdagavond de trap af. Vaatwasser. Aanrecht afvegen. Koffie voor mijn vrouw.
Boven hoorde ik het verhaaltje. Het lachen. Het fluisteren. Het stil worden.
En ik stond in de keuken en vroeg me af: wat doe je als je aanwezig wilt zijn voor iemand die jou niet wil? Hoe blijf je erbij als je elke keer te horen krijgt dat je niet genoeg bent? Hoe zorg je dat die voorkeursfase voorbijgaat zonder dat jij je ondertussen hebt teruggetrokken?
Want dat is het echte gevaar. Niet dat zij mij afwijst. Maar dat ik stop met proberen.
In de cursus Aanwezig Vaderschap leer je hoe je aanwezig blijft als vader, ook als je kind een andere voorkeur lijkt te hebben, en hoe je een eigen plek bouwt in het leven van je kind.