Afgelopen Zaterdag in de Albert Heijn
Gang 7, tussen de koekjes en het brood
Mijn zoon van vier wilde een pakje koekjes. Die met de beer erop. Hij wees ernaar met zijn hele lichaam. Beide handen. Voeten op zijn tenen. Alsof dat pakje de heilige graal was.
Ik zei nee.
Hij zei het nog een keer. Luider. Met die toon die je kent - half vragen, half eisen. "Maar ik wil ze HEEL graag."
Ik zei weer nee. Rustig. Vriendelijk zelfs.
En toen ging hij naar de grond alsof iemand de stekker eruit trok.
Volledig. Volume op tien. Armen, benen, snot, tranen. Zijn rug kromde. Zijn mond ging open op een manier die je niet voor mogelijk houdt bij zo'n klein lichaam. Het geluid weerkaatste tegen de schappen.
Een vrouw met een halfvolle kar keek me aan met die blik. Je weet welke. Die blik die zegt: "Kun je je kind niet even..." Een oudere man schudde zijn hoofd. En ik stond daar. In gang 7. Tussen de koekjes en het brood.
Meer leren over Emotiecoaching?
In de cursus Emotiecoaching voor Vaders leer je stap voor stap hoe je dit in de praktijk brengt.
Bekijk de cursusDe schaamte
Laten we het daarover hebben. Over dat gevoel. Want de driftbui van je kind is erg. Maar de schaamte die jij voelt, is erger.
Die stem in je hoofd: "Iedereen kijkt." Die andere stem: "Een goede vader zou dit onder controle hebben." En die derde stem, de gemeenste: "Misschien ben ik gewoon niet goed genoeg in dit vaderding."
Ik ken vaders die de supermarkt vermijden op drukke tijden. Die uitstapjes afzeggen omdat ze bang zijn voor een scene. Die toegeven bij het snoepschap, niet omdat ze verwennen leuk vinden, maar omdat ze die blikken niet meer aankunnen.
Herken je dat? Die rekenmachine in je hoofd die continu afweegt: hoe erg is deze strijd het waard?
Wat ik vroeger deed
Twee jaar geleden had ik in die supermarkt een van deze drie dingen gedaan:
1. Toegeven. ("Oke, eentje dan." = rust, maar dan weet hij: schreeuwen werkt.)
2. Dreigen. ("Als je niet stopt, gaan we weg." = misschien rust, maar hij leert niks.)
3. Negeren en doorlopen. ("Hij houdt vanzelf op." = klopt, maar wat voelt hij ondertussen?)
Drie opties. Geen van drieen voelt goed. Want geen van drieen is goed.
Wat niemand je vertelt over driftbuien
Een driftbui is geen manipulatie. Een vierjarige is niet strategisch genoeg om te denken: "Ik ga nu op de grond liggen, dan krijg ik koekjes." Dat is niet hoe het werkt.
Een driftbui is een brein dat overbelast is. Letterlijk. Het deel dat nadenkt en remt is bij een vierjarige nog nauwelijks ontwikkeld. Pas rond het 25e levensjaar is dat deel volledig volgroeid.
Straffen op dat moment is zoiets als iemand uitleggen hoe een brandblusser werkt terwijl het huis in brand staat. Het gaat niet landen. Eerst moet het vuur uit.
Herken je dit ook?
Het is niet alleen de supermarkt. Het is het moment dat je zegt dat het tijd is om de televisie uit te zetten. Het is de ochtend dat de sokken verkeerd zitten. Het is de avond dat het brood niet op de goede manier gesneden is.
En elke keer sta je daar. Met dezelfde drie opties. Toegeven, dreigen, negeren. Dezelfde drie wegen die nergens naartoe leiden.
Wat ik nu deed
Die dag in gang 7 deed ik iets anders. Ik ging op mijn hurken zitten. Midden in het gangpad. Terwijl mensen om ons heen liepen.
Ik zei iets. Iets simpels. Geen truc. Geen toverformule. Maar iets dat aansloot op wat er in zijn brein gebeurde.
Het duurde nog even. Het was niet instant. Maar de escalatie stopte. En twee minuten later liepen we door, zonder koekjes, zonder drama.
De vraag is: hoe? Wat zei ik? En waarom werkte het?
In de cursus Emotiecoaching voor Vaders leer je precies wat er in het brein van je kind gebeurt tijdens een driftbui, en hoe je het kunt kalmeren in plaats van escaleren. Het is minder ingewikkeld dan je denkt - en effectiever dan je hoopt.